Kleur is voor veel mensen is een moeilijk onderwerp. De theorie erachter is waanzinnig ingewikkeld, maar de praktische toepassing is in de basis vrij eenvoudig. Ik wil in dit artikel vooral praktische tips geven.
Ten eerste hebben alle kleuren drie eigenschappen: een toonwaarde, een verzadiging, en een tint.
Hoe licht of donker een kleur is. Veel verf pigmenten zijn transparant en erg donker. Door wit te mengen met deze pigmenten worden ze lichter en meer dekkend.
In feite staat toonwaarde los van kleur, maar je hebt er wel altijd mee te maken als je met kleur werkt.
Hoe meer kleurverzadiging, hoe intenser de kleur. Een kleur met weinig verzadiging is grijzer. Bruin is bijvoorbeeld een grijzere variant van oranje. Net als lila een grijzere variant is van paars. En babyblauw is weer een grijze variant van blauw. Zwart, wit en grijs hebben helemaal geen kleur verzadiging.
Kleur verzadiging staat ook wel bekend als chroma, puurheid van de kleur of kleurintensiteit.
De tint van een kleur is de positie op de kleurcirkel. Is het een blauw, rood, geel of groen etc. Alle kleuren kunnen neutraal zijn, maar ook links of rechtsom naar een andere kleur neigen. Een neutrale kleur is alleen die specifieke kleur en niets anders. Zoals puur geel. Maar geel kan ook naar oranje of groen neigen.
Kleurencirkels zijn een handig hulpmiddel waarmee je visueel makkelijker kunt begrijpen hoe kleur mengen werkt. Kleurencirkels kunnen opgebouwd worden uit oneindig veel stappen, of slechts een paar. Voor het gemak heb ik een voorbeeld met 12 stappen.
Je kunt heel duidelijk een vloeiend verloop zien tussen kleuren. Geel gaat naar oranje, oranje naar rood, enzovoort. Uiteindelijk kom je weer terug bij geel.
Op de kleurcirkel zie je dat groen tussen geel en blauw inzit. En als je een gele en blauwe verf mengt dan krijg je inderdaad de tussenliggende kleur: groen. Hetzelfde zie je als rood en geel gemengd wordt: je krijgt oranje. Als je kleuren transparant over elkaar aanbrengt krijg je een vergelijkbaar effect als wanneer je mengt.
Hoe dichter de kleuren bij elkaar liggen op de kleurcirkel, hoe hoger de kleurverzadiging zal zijn als je ze mengt. Meng bijvoorbeeld twee blauwen en de kleur blijft heel zuiver. Het omgekeerde is ook waar: neem twee kleuren die lijnrecht tegenover elkaar liggen op de kleurcirkel en je krijgt zwart bij transparante pigmenten en grijzig bij dekkende pigmenten. Probeer dit maar eens met rood en groen, of ultramarijn blauw en bruin. Je zult zien dat niet alleen de verzadiging van kleuren afneemt als ze tegenovergesteld zijn, maar ze worden ook veel donkerder.
Veel kunstenaars mengen heel bewust tegenovergestelde kleuren om kleurintensiteit te verminderen en donkerder kleuren te maken, in plaats van van overal zwart doorheen te mengen. Het bijkomende voordeel is dat je veel meer controle hebt over welke kleur je wilt maken.
Tip!Als je moeite heb met kleur mengen, dan is het een idee om eerst een kleuren blindheids test te doen. Ongeveer 1 op de 10 mensen is kleurenblind maar is zich daar niet bewust van. Hier zijn een aantal van deze tests:
colorblindtest.netAls je met kunstenaars materialen werkt zijn drie kleuren primair. Een primaire kleur heeft een enorm groot mengbereik – veel groter dan andere kleuren. Deze primaire kleuren zijn heel specifiek: magenta (een rose paars), geel (een neutraal kanariegeel), en cyaan (een blauw dat naar turkoois of groen neigt.)
Hoe dichter een kleur bij deze primaire kleuren ligt, hoe groter het mengbereik zal zijn en hoe meer je er mee kunt doen. Met de drie primaire kleuren kun je in feite alle andere kleuren mengen, met uitzondering van wit. Let wel dat er andere eigenschappen behalve mengbereik belangrijk zijn.
De primaire pigmenten zijn namelijk meestal niet dekkend. En een rood, groen, blauw of bruin pigment hebben bijvoorbeeld geen groot mengbereik, maar als je geen verzadigde kleuren wilt dan kan dat juist een voordeel zijn en makkelijker werken. Dit is natuurlijk heel persoonlijk, dus experimenteer er op los.